Dagen in Brussel

Gedachten, observeringen, notities uit een tegenwoordige tijd die niet voor iedere lezer hetzelfde zal zijn, gebaseerd op en geinspireerd door het boek ‘Groetjes uit Brussel’ van Jeroen Brouwers.

Dag Nul bevat inleidende gedachten en beschrijvingen. Dag Een tot en met Zeven volgen de zeven hoofdstukken van het boek.

 

Gedachten, observeringen, notities uit een tegenwoordige tijd die niet voor iedere lezer hetzelfde zal zijn, gebaseerd op en geinspireerd door het boek ‘Groetjes uit Brussel’ van Jeroen Brouwers.

De bijdragen met een Franse titel zijn van Flavien Gillié. De Nederlanstalige zijn van mij, Rinus van Alebeek.

Dag Nul bevat inleidende gedachten en beschrijvingen. Dag Een tot en met Zeven volgen de zeven hoofdstukken van het boek.

Tussen 28 Mei en 9 Juni was een residentie in een kunstencentrum in Brussel voorzien. Mijn idee was het boek “Groetjes uit Brussel” van Jeroen Brouwers te lezen, de beschreven locaties te bezoeken en daar opnames te maken. Ik beschouwde het ondernemen als een experiment en vertrouwde erop dat intuïtie en toeval zouden helpen een kettingreactie op gang te brengen: het ene idee zou uit het andere ontstaan. Op 28 Mei moest ik helaas melden dat ik een dag later zou arriveren. Ik was niet op tijd klaargekomen met de vervaardiging van een grote hoeveelheid cassettes voor staaltape. De volgende dag stond ik op het station van Keulen, hoorde het daar niet donderen, was er wel plotseling van overtuigd dat ik niet de aansluitende trein naar Brussel zou nemen. Intuïtie ging mijn weten vooruit. In de tussentijd dronk ik een kölsch in de bar van de brouwerij die zich direkt tegenover het station bevond. Daar werd het me in alle hevigheid duidelijk dat de eerste dagen van de residentie imaginair moesten zijn: was het gebied dat ik als lezer zou betreden, bijna vijftig jaar na beschreven dato, dat ook niet? Zo gezegd zo gedaan, en vergat daarbij de permanente resident wiens tijdelijke medebewoner ik zou worden, op de hoogte te stellen van mijn besluit. Terug in Wuppertal stuurde ik een verklarende mail. Als reactie werd niet gevraagd wat ik met dit imaginaire deel van de residentie beoogde, hetgeen je van een verantwoordelijke voor een kunstencentrum zou verwachten. De teneur was persoonlijk en ontstemd; de reden van de ontstemming was op een pertinente leugen gebaseerd. Of beter gezegd, een politieke leugen, is het immers in die wereld usance door agressieve retoriek en overdrijving een besluit te forceren. Die beslissing zou een paar dagen later worden genomen. Ik begon met het verslag van mijn leeservaring, dacht er ook aan dat ik naar de in geschrift bezochte plaatsen zou terugkeren, maakte er een voorstelling van hoe het daar uit mocht zien. Ik vroeg Flavien Gillié om hulp. Hij plaatste foto’s, opnames en korte beschrijvingen in het Frans. Het verslag was met opzet tweetalig, zoals het ook opzet was een scheiding aan te brengen tussen mijn imaginaire en Flaviens reële aanwezigheid in Brussel. Eenmaal in Brussel aangekomen zouden we een paar plaatsen samen bezoeken. Ik dacht aan de structuur van de stad. Brouwers beschrijft terloops het moderniseringsproces. Zijn aandacht geldt de vele kleine en grote verhalen van de inwoners, en maakt zo de stad zichtbaar. In 2012 is Brussel nog steeds dezelfde stad, tegelijkertijd onherkenbaar veranderd. In het evolutieproces worden de hersenen beschreven als een construct waaraan, zodra het nodig werd, een nieuw onderdeel werd toegevoegd, terwijl het oude bleef bestaan. Het resultaat is een ondoorgrondelijk geheel van oude en nieuwe delen die op meest wonderlijke wijze met elkaar zijn verbonden, een soort allegaartje dat met kunst-en vliegwerk bijeen wordt gehouden. Brussel is dit ook, de hoofdstad van een land dat uit elkaar dreigt te vallen, tegelijkertijd de bestuurlijke hoofdstad van een Europese Unie die uit alle macht naar eenheid zoekt. De stad is voortdurend in het nieuws; haar naam bijna synoniem voor Europa. Terwijl Flavien en ik met ons werk vorderden, groeide mijn enthousiasme eindelijk aan het tweede deel van de residentie te kunnen beginnen. Maandag zou ik gaan. Zondag werd me te verstaan gegeven dat de residentie was “geannuleerd.” In het korte schrijven ging het niet om mijn kunst. De reden was persoonlijk. Vertaald naar het niveau waarop het kunstencentrum blijkbaar opereerde betekende dit dat de eigen positie belangrijker was dan de kunst die ze wilden (re-)presenteren. Prestige en macht zijn van fundamenteel belang als het om het binnenhalen van subsidie gaat. Persona non grata verklaard, zat ik ondertussen wel met een half gelezen boek en een onaf werk. Het werk erbij neerleggen was onbevredigend en zinloos.

>>>Dag 0

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *