4444 Dag – 1948 – 1968 – Vier 4444

1948 – 1968

20120603-160544.jpg

De eerste jaren na de repatriëring woonde de jonge Jeroen in Maastricht. Dat lees ik ergens in internetlandia. Ik lees ook dat hij naar de kostschool is gestuurd door zijn ouders. En dat hij een deel van die kostschooltijd op het jongensinternaat Sint Maria ter Engelen in Bleijerheide heeft doorgebracht. Bleijerheide ligt in Kerkrade. Uit mijn geboortestad Heerlen is dat met het miljoenenlijntje te bereiken. De kleine Jeroen moet een landschap van mijnschachten en rokende koeltorens hebben doorkruist op zijn reis naar het uiterste zuiden. Maar dat internaat in Bleijerheide, in Kerkrade, daar was toch iets mee? Nog eens zoeken, en ja, de jonge Joseph Goebbels is er door Franciscanen onderricht. Of de jonge Jeroen ook alleen maar les heeft gekregen?

In dit artikel wordt uitgebreid ingegaan op het sexueel misbruik van scholieren. De paters hebben zich ook aan de leerlingen vergrepen toen Jeroen er les kreeg in Heiligenlevens. “We wisten wie zijn vingers niet kon thuis houden. Daar spraken we als jongens onderling wel over,” zegt een van Brouwers medescholieren. De dood, zwaarmoedigheid, verval en een obsessieve fascinatie voor zelfmoord zijn terugkerende themata in Brouwers oeuvre. Je kunt je afvragen of het de literaire omzetting van een moord-en doodslagwoede is, die mogelijk toen in Bleijerheide is ontstaan.

Maar goed, in het vierde hoofdstuk loopt hij de Saint Gudulekerk, de oudste kerk van Brussel naar binnen. Niet met veertig liter benzine of dynamiet, maar met zijn nichtje Femmeke. U als lezer mag van mij rustig buiten blijven, en er over fantaseren wat je zoal met dat gebouw kunt doen als eenmaal de clerus eruit is gejaagd en al die religieuze troep naar China is verkocht. Ik zie mijn these nog eens bevestigd, dat ieder der kritieken achter op het boek betrekking heeft op een hoofdstuk.

Dit hoofdstuk met de heiligenbeeldjes is voor “een boeiend boek,” Kees Fens, de heer wiens portret hier is opgehangen. De katholiek Fens schreef graag over al die rotzooi. De ik-figuur blijft bij ieder graf en iedere heilige stilstaan, vertelt. Gedempte stemmen en voetgeschuifel tussen de pilaren, galmende akoestiek. Aan het einde van de rondgang door de kerk komt het tot een onschuldige zoenerij (op een stapel wimpels en vlaggen in een aan het zicht onttrokken hoek), die abrupt afbreekt, als plotseling, onbeweeglijk, een zwarte gestalte naast hen staat. De schrik zat er bij Brouwers toen nog goed in.

Update Oktober 2014: Van Jeroen Brouwers verschijnt het boek Het Hout. Uitgeverij Atlas schrijft over dit boek: ‘In een door kloosterlingen geleid jongenspensionaat vindt in de jaren vijftig van de vorige eeuw seksueel misbruik, sadisme en vernedering plaats. Broeder Bonaventura is er getuige van en zwijgt zoals iedereen. Maakt dit hem medeplichtig? Het hout geeft een indringend beeld van de misdaden en de hypocrisie in de roomse kerk, die heden nog de verontwaardiging en frustratie oproepen van wie er het slachtoffer van zijn geweest.’

<<<<Dag 3
>>>>Dag 5

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *