3333 Dag – 22 November 1965 – Drie 3333

22 November 1965 – 2 Juni 2012

Het derde hoofdstuk begint in de Galeries St.Hubert. De Taverne du Passage wordt genoemd omdat een handvol Nederlandse schrijvers daar tussen de oorlogen door mosselen heeft gegeten, de krant gelezen, een bier gedronken of een gedicht geschreven. Dat hoort zo bij het artiestenleven, ergens op zijn bohemiens artistiek wezen en hopen dat je iemand herkent en herkend wordt. De schrijver van het boek, zeg maar de andere Jeroen herkent niemand, omdat iedereen al weg is.

Hij maakt een ommetje en pagina’s lang gaat het weer eens over de dood. Het gedweep met een beladen thema komt langzaam me neus uit, zeg ik maar eens in stijl, omdat de Egyptische mummificeerders met een pincet de hersenen door de neus uit de doodskop trokken. Iets aan het dwangmatig zoeken naar, nee aan de kapotte haren erbij slepen van een bepaald soort gemoedsstemming, een zekere zwaarmoedigheid, een kijk het regent weer wat voel ik me beroerd attitude, door het aldoor over de dood, rouw-en roetwimpels te hebben stoort enorm. Zeker als je weet dat een nog geen dertig jaar oude man al deze gedachten opschrijft. Veertig jaar later vind ik het aanstellerij, gezeik, getokkel op de akoestische gitaar en een larmoyant liedje neuzelen,- een heel dik en dicht gordijn van haar valt over de ogen, gympies met bloemmotieven, vijftien jaar, schoolreisje, MTV-award: zoiets, maar dan intelectueel gefundeerde spuuginteressantdoenerij.

Ik vraag me af waar in de klankwereld daarvan de equivalent is te vinden. Hoogstwaarschijnlijk niet in de Galeries St.Hubert die in 1908 Galerie du Commerce heette, en nu Galerie de la Reine, mocht U soms trek hebben in mosselen. Of misschien ook weer wel, want je kunt net zo min weten of een klankkunstencentrum dat zichzelf geweldig serieus neemt niet allang een subsidie-aanvraag heeft ingediend en een komende zomer op gehoorafstand van de Taverne aan iets ‘geluid in de publieke ruimte’ dinginstallatie heeft gedacht. Dan liever ‘dood.’

30 April 2015

Kort na de eeuwwisseling zag ik in Barcelona in een internettrefpunt voor het eerst het groepsverschijnsel ‘computerspel spelen.’ Een stuk of tien jongens van een jaar of zestien zaten aan een tafel, ieder een computer voor de neus, koptelefoon op en de rechterhand op de muis waarmee razendsnel rakketakketak commando’s werden gegeven. In hun oren moet het ook rakketakketak geklonken hebben, want ze bedienden een mitrailleur die voor een deel aan de onderkant van het scherm te zien was. De illusie was dat het automatische geweer aan de speler toebehoorde, die het bediende en daarmee door de catacomben van een gigantisch gebouw vol nissen, gangen, hoeken en deuren voortbewoog. Achter iedere hoek, of net buiten het blikveld, kon de vijand staan. De blik strak op het beeldscherm gericht riepen de spelers in net zo rap rakketakketak Spaans korte aanwijzingen naar elkaar. De knapen zagen er verzorgd uit. Misschien dat een groot deel van deze groep nu op dezelfde manier bij elkaar komt om aan een thema voor hun rechtenstudie te werken.

Dit schrijf ik nu, als inleiding, om een idee aanschouwelijk te maken. Het moet zo omslachtig, omdat ik van de monopolygeneratie ben en nooit gegeemt heb. De jonge Jeroen loopt met zijn parate kennis in de aanslag door de straten van Brussel die in de onmiddelijke omgeving van de Galerie van de Koningin liggen. Koptelefoon op, muisklik en hop daar zien we Jeroen stapperdestappen, een boodschappentas met handgranaten in de hand, die, wat zou het, bij het een of andere venster naar binnen worden gegooid.

Hij is eigenlijk op een zelfmoordmissie, want dat een onbekende ergens ter wereld ieder moment kan inloggen en hem a) doodsteekt b) in een steeg lokt en doodschopt c) dwingt een vergiftigde pagina van zijn boek af te lekken d) op een mijn laat stappen e) overrijdt f) een dumdumkogel van 300 meter afstand door het hoofd jaagt g) met een golfclub de hersens inslaat of h) van veertig meter hoog een doos vol met de verzamelde werken van de oude Jeroen op zijn knikker mikt, is niets anders dan zijn diepste wens. Tot aan dat moment loperdeloopt hij (ver-tel-stem) door de Arenbergstraat en wijst naar Multatuli en bij het park telt hij de bomen waarin in 1830 de kogels zijn ingeslagen die tijdens heftige gevechten ook door dichters en dichtersbroeders en -zonen zijn afgevuurd en hopla -BOEM- Jeroen stapt op een mijn. Uw Spel Is Uit blinkt op het beeldscherm. Jammer eigenlijk, want aan de andere kant van het park woonde Byron. Nog een keertje?

9 Juni 2012

Vooruit, het is een mooie niet al te broeierig warme dag deze tweede Juni:- we doen eens iets leuks, maken er een festivalletje van en omdat het zaterdag is beginnen we met de allerkleinsten. We nemen allemaal een schoendoos mee, ja? Jaaa! Zaterdagochtendvroeg, beschuit met muisjes, volkorensneetjes met free-trade nutella, bolletjes zelf gebakken aardbeiensoesjes, stukjes banaan, vlierbessengazeuse, de juffrouwen geduldig tussen de kinderen, smartieskleurige kussens overal en schoendozen ook. Daar maken we kleine huisjes van. Kijk met deze mijnheer uit de Wire tegen deze kant geplakt, daar kleine luidsprekerkastjes aan een paal, een plastik tijger en een palmboom, geel papier op de bodem, een foto van een groepje kinderen uit India daar, goed zo! Eens kijken, hier hebben we een Gonnn zooo. Wat een raar ding is dit, die plakken we hierrrr zoooo.

Een hele zaterdagmiddag later zijn tien kleine dozen klaar, in de zijkant een vierkant gat met een doorzichtig gekleurd papiertje ertegen. We hebben ijsbeerdozen, kangoeroedozen, vogeldozen en een Grote Marktdoos. Gastonneke, wat voor een geluiden maken de dierkes in jouw doos. Om zeven uur komen de deelnemers aan de geluidenspeurtocht van de geluidenspeurtocht terug. Er zijn geen opnames gemaakt, maar ze hebben aandachtig geluisterd in de Galerie van de Koningin, in de Goedelekerk, op de trappen van de Ravensteinstraat (verschillende hoogtes) in de hallen van het Paleis van de Schoone Kunsten, de metro natuurlijk want Brussel is groot, onder het spoor van het Centraal Station en tenslotte voetje voor voetje in de stegen achter de Grote Markt.

Tussen zeven en negen genieten we het genot van een babbel en een borrel, of, voor degene die er geen genoeg van krijgen, staan er gemakkelijke stoelen in de tuin om in alle rust in de tuin te kunnen luisteren naar de vogels en de bijkes in de tuin. De avond wordt afgesloten met een klankdicht in drie bedrijven, en dat is gebaseerd op het derde hoofdstuk: 1. Taveerne der Literaten, 2. Station Centraal en de Dood van Gorter, 3. De Fat. De Klankkunstenaar verwerkt in zijn vokalen uitsluitend de geluiden die hij op diverse lokaties na intensieve bestudering heeft uitgeselecteerd en eigen gemaakt. Na afloop wordt een stomme film getoond. Entree en deelname aan geluidenspeurtocht zijn gratis.

<<<<Dag 2
>>>>Dag 4

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *