2222 Dag – 26 Augustus 1965 – Twee 2222

26 Augustus 1965

In het tweede hoofdstuk gaat het om ‘onschuld.’ Als je dat woord uitspreekt met de dictie van een kind dat net heeft leren schrijven, en probeert inktslierten op papier te toveren waaruit het woord zal ontstaan:-o n s ch u l d, dan zul je merken dat er iets oud-hollands in is achtergebleven, een dreiging ook, alsof die schuld toch niet helemaal kan verdwijnen. De jij-persoon is vanaf het tweede hoofdstuk de ik-persoon. Hij mijmert over zijn jeugd in Indonesië, Indië zeiden ze vroeger.

Na de onafhankelijkheidsverklaring zijn veel Indische Nederlanders naar Nederland gekomen, de eerste na-oorlogse landgenoten die een besef van palmbomen naar het regen-en windland brachten. Toen er nog duchtig op los werd geliteratuurd in de lage landen waren de tropen, het leven in koloniale tijden een belangrijk deel van de beeldenschat. Veel van die beelden gingen in wit gekleed, kenden een weemoed waaraan het kleine vaderland geen plaats kon bieden. Kooplieden kennen geen weemoed.

Du Perron, Eddie van voren, maar dat klinkt zo lullig, Du Perron dus, moet voor de jij, nee, ik-persoon een ideaalbeeld hebben beschreven. De jij-dan-nu-dus-ik-persoon loopt over een plein in Elsene, het touristisch handboek blijft ongeopend. Hij denkt aan zijn grote Indische roerganger. Lang citaat wordt gevolgd door een langer, melo-dramatisch citaat, zo van in het halfduister wakker liggen naast de vrouw, rug naar haar toe, oor in het kussen gedrukt, denkend aan Indië en warme tranen over de wangen voelen-wie heeft de film niet gezien?

“Ik” moet marktgeluiden hebben gehoord, eenden uit naburige vijvers ook, vogels, want die zijn er altijd, en loterijlotverkopers, een boschiaanse kaste van mismaakten die ieder hun eigen schietgebed op de voorbijganger afvuren om hem tot aanschaf van een lot te dwingen. Het mooiste geluid hangt boven hem in de lucht als hij schuilend voor de regen onder het dichte bladerdek van een boom zit-: nee afgezien van de doorlopend variërende regendrupritmiek, doel ik op de onhoorbare geluiden die van het dak van het naburige BRT-gebouw vertrekken en zich dwars door de dikke wolken verplaatsen naar radio-antennes in het gehele land.

Sous la pluie battante

Sous la pluie battante

Je passe la journée à la fenêtre

à regarder la pluie tomber – audio

<<<<Dag 1
>>>>Dag 3

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *